Veel regels die vanwege derogatie werden ingevoerd blijven van kracht

Voor 2026 krijgt Nederland geen nieuwe derogatie om meer stikstof uit dierlijke mest per hectare te mogen uitrijden dan de 170 kilo die is vastgelegd in de Europese nitraatrichtlijn. Daarnaast zullen, vanwege het niet vaststellen van het achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn voorgenomen wijzigingen van regelgeving niet worden doorgevoerd. Een en ander betekent ten algemene dat in 2026 alle mestregels gelden die op 31 december 2025 golden.

Zonder een derogatiebeschikking kunnen geen derogatievergunningen aan bedrijven worden verleend. Dat betekent dat de aan die vergunning verbonden verplichtingen voor derogatiebedrijven niet meer van toepassing zijn. Nederland heeft nutriënten verontreinigde gebieden aangewezen waar een korting van 20% op de stikstofgebruiksnorm geldt. Die gebieden blijven gelden, inclusief de bijbehorende korting op de stikstofgebruiksnorm.


De totale hoeveelheid in Nederland geproduceerde mest mag niet meer mag bedragen dan 440 miljoen kilo stikstof en 135 miljoen kilo fosfaat. Dit plafond is in de Meststoffenwet opgenomen en de sectorale productieplafonds zijn hiermee in lijn gebracht. Deze plafonds blijven ook na afloop van de derogatiebeschikking gelden. Ook de verplichting dat alle agrariërs jaarlijks voor het kalenderseizoen een bemestingsplan moeten opstellen blijft van kracht. De verplichting tot het aanhouden van bufferstroken blijft ook na beëindiging van de derogatie gelden.


De in de derogatiebeschikking opgenomen voorwaarden over de emissiearme aanwending van dierlijke mest op graslandbedrijven, blijven gelden. Uitzondering hierop is de in de voorwaarde voor derogatiebedrijven dat een sleepvoetbemester niet mag worden gebruikt als de temperatuur 20 graden Celsius of hoger is. Deze voorwaarde is in 2026 niet meer van toepassing omdat derogatievergunningen niet meer worden verleend.


Bedrijven die in 2025 nog gebruik maakten van de derogatie in 2026 zijn niet langer de verplichting geldt om 80% van hun areaal te benutten voor grasland. Daarnaast is in 2026 het uitrijden van fosfaatkunstmest op deze bedrijven weer mogelijk. Ook vervalt de verplichting voor derogatiebedrijven om eenmaal per vier jaar een stikstof- en fosfaatanalyse uit te voeren en daartoe grondmonsters te laten nemen.


De verplichting om het vernieuwen van grasland te melden, geldt per 2026 alleen nog voor percelen op de zand- en lössgronden. Op derogatiebedrijven in nutriënt verontreinigde gebieden op klei- of veengronden hoeft per 2026 geen vanggewas na maïs meer te worden geteeld.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 19/02/2026
Publicatie: 20-02-2026