Kansen voor organische reststromen als CO2-bron in de glastuinbouw
De onderzoekers stellen vast dat het concept werkt. Organische reststromen kunnen lokaal worden omgezet in biogene CO2 en warmte, zonder inzet van fossiele brandstoffen. Met een slim installatieontwerp, onder andere met luchtvoorverwarming en getrapte luchttoevoer, ontstaat een stabiel en schoon verbrandingsproces.
Daarnaast is het systeem ontworpen als een zelfvoorzienende installatie, die zijn eigen elektriciteit opwekt voor onder meer CO2-afvang en -opslag. Dit maakt het concept interessant voor gebieden met netcongestie, waar uitbreiding van de elektriciteitsaansluiting lastig is.
Het blijkt dat de installatie flexibel kan worden ingezet. In de zomer kan de focus liggen op het leveren van CO2 voor de teelt, terwijl in de winter elektriciteit kan worden geproduceerd of CO2 kan worden opgeslagen. Daarmee ontstaat een systeem dat kan inspelen op seizoensinvloeden én mogelijk zelfs bijdraagt aan negatieve emissies.
Voor de praktijk blijkt het verstandig om te starten met ‘schone’ reststromen zoals bermgras en plantresten, stellen de onderzoekers. Deze zijn juridisch eenvoudiger toepasbaar dan bijvoorbeeld champost, waarvoor de regelgeving complexer is.
Meer details zijn te vinden in het rapport 'Organische reststromen als biogene CO2-bron voor de glastuinbouwsector'.