Mestverwaarding geeft nieuwe meststromen
Van Hal ging uit van een voorbeeldbedrijf waar jaarlijks in totaal 4.600 kubieke meter drijfmest beschikbaar is voor gebruik op het land. Dit is naast de vaste mest en de mest die door de koeien zelf in de wei wordt achtergelaten. Van de drijfmest wordt 850 kubieke meter gebruikt als gewone drijfmest. De rest gaat door de scheider, waardoor 3.000 kuub dunne fractie en 750 kuub dikke fractie ontstaat.
Omdat het bedrijf mest moet afvoeren, wordt het grootste deel van de dikke fractie, 580 kuub, afgevoerd. De 170 kuub die overblijft, past op maïsland. De dikke fractie bevat relatief veel organische stof en organisch gebonden stikstof en fosfaat. Omdat de stikstof eerst moet mineraliseren, werkt die langzaam. Maïsland heeft bovendien vaak baat bij extra organische stof. Ook op percelen grasland met een lage fosfaattoestand kan deze meststof van waarde zijn.
De 3.000 kubieke meter dunne fractie wordt via strippen en scrubben omgezet in 75 kuub spuiwater, een Renure -meststof. en een kalirijk effluent. Het effluent kan worden ingezet als vervanger van kali-kunstmest. Naast spuiwater kan ook een mineraalconcentraat worden gemaakt, een Renure-meststof met stikstof en kalium. De stikstof is direct beschikbaar voor het gewas en daardoor past het in het voorjaar goed op grasland.
Spuiwater kan een hoge concentratie minerale stikstof bevatten. Wanneer bij het productieproces zwavelzuur wordt gebruikt, bevat het product ook veel zwavel. Dat is wel een aandachtspunt. Een veehouder kan meer zwavel geven dan het gras nodig heeft en dat kan een negatieve invloed hebben op de opname van andere nutriënten.
Op grasklaver kan een beperkte hoeveelheid spuiwater nteressant zijn. Daarmee kan de zwavelbehoefte worden ingevuld zonder tegelijkertijd grote hoeveelheden stikstof toe te dienen. Wanneer voor de productie van spuiwater salpeterzuur wordt gebruikt in plaats van zwavelzuur, ontstaat spuiwater zonder zwavel. Dit product lijkt qua werking meer op vloeibaar ammoniumnitraat. Dit kan goed passen in de tweede helft van het groeiseizoen, wanneer de zwavelbehoefte kleiner is.
ForFarmers heeft een programma in gebruik waarin onder meer opbrengstdoelen, gewasbehoefte, gebruiksruimte, mestproductie en mestafvoer worden gecombineerd. Dit programma OptiPlant helpt de veehouder met bedrijfsspecifiek bemestingsadvies en de optimale plaatsing van dierlijke mest, Renure-meststof en kunstmest.