Geen verschillen tussen mest en digestaat bij proef melkveehouders Twente
In energiecoöperatie IJskoud produceren zes melkveehouders biogas dat direct via gasleidingen wordt afgeleverd naar een aantal bedrijven in het dorp Denekamp. Jaarlijks vervangen deze bedrijven hiermee ongeveer een miljoen kuub aardgasgebruik door biogas.
In een drie jaar durende proef heeft de coöperatie gekeken naar de werking van het digestaat op grasland (Beuningen) en maisland (Denekamp). De proeven vonden plaats in 2020, 2021 (twee droge jaren) en 2022 (normaler jaar). 
De vier behandelingen per gewas, beide in viervoud uitgevoerd. Op het grasland werd met een zodenbemester voor de eerste drie sneden bemest, op het maisperceel werd voor de teelt met een bouwlandinjecteur bemest.
Naast de gewasopbrengst en voederwaarde werd ook het nitraatgehalte in het bovenste grondwater gemeten. Dat deed men na elk groeiseizoen in februari/maart (dus niet in het najaar waar de hoogste waardes worden gemeten).
Resultaten
Uit andere proeven is gebleken dat digestaat op grasland een vergelijkbare tot licht hogere opbrengst heeft dan niet vergistte mest. Dat was ook hier het geval: tussen digestaat en runderdrijfmest werd geen significant verschil gevonden, zowel niet in gewasopbrengst, in voederwaarde als in stikstofbenutting. Ook de behandeling met meer digestaat en minder kunstmest gaf een vergelijkbare opbrengst. Het nitraatgehalte was in alle behandelingen zeer laag.
Ook in de maisproef werden geen significante verschillen gevonden in opbrengst, voederwaarde, stikstofbenutting en nitraatgehalte.
De conclusie uit deze twee veldproeven is dan ook dat drijfmest en digestaat een vergelijkbare waarde hebben voor het gewas en dat er ook geen verschillen zijn in stikstofbenutting en risico op nitraatgehalte in het grondwater in het vroege voorjaar.
Een uitgebreider artikel vindt u op de website van De Landbouwers: Digestaat voor een gezonde bodem.