Gemeente Coevorden legde onterecht dwangsom op aan bedrijf met mestvergister
In 2018 besloot de gemeente na klachten een dwangsom op te leggen aan het bedrijf. De gemeente Coevorden wilde afdwingen dat het bedrijf een geuronderzoek zou laten uitvoeren omdat er klachten van geuroverlast waren van omwonenden. De rechtbank Noord-Nederland beoordeelde de maatregel in 2022 als ongegrond. De gemeente vocht de uitspraak aan, maar de Raad van State laat het oordeel van de rechtbank in stand. Een van de vergunningsvoorschriften die de basis vormde voor het opleggen van de dwangsom werd opgelegd gold in 2018 niet meer.
Bij het tweede vergunningsvoorschrift dat de grondslag bood voor het opleggen van een dwangsom handelde de gemeente niet correct, stelt de Raad van State. De gemeente had namelijk beloofd dat er eerst een gesprek met de wethouder zou volgen en dat er tot die tijd geen dwangsom zou worden opgelegd. De Raad van State vindt dat Coevorden deze afspraak heeft geschonden en dat het bedrijf terecht een beroep heeft gedaan op het vertrouwensbeginsel. Er was al 4500 euro van de opgelegde dwangsom betaald, maar dat geld moet de gemeente terugbetalen.
Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de Raad van State.